Rob van der Veen werkte 44 jaar bij de politie Amsterdam; vanaf 2001 als woordvoerder. Over zijn ervaringen op straat en met de pers zou hij zonder moeite een smeuïg en spannend boek kunnen schrijven. Aan de vooravond van zijn pensioen blikt hij terug op zijn relatie met journalisten. “Ik bleef altijd een agent in hart en nieren.”
U bent in 2001 overgestapt van agent naar politiewoordvoerder. Hoe is dat gegaan?
“Ik ben altijd een heel actieve agent geweest en ik stond altijd open voor nieuwe ervaringen. Zo kwam ik jaren geleden wat per toeval met m’n snufferd op tv in de succesvolle serie ‘Bij de politie’ op Veronica. Ik begeleidde de producent tijdens de opnames, maar vaak was er geen collega beschikbaar en dan stapte ik naar voren. De korpsleiding zag ook dat ik goed uit de verf kwam op tv en zij riepen: ‘Die Rob zou het prima doen als woordvoerder.’ Zo ben ik erin gerold. Toch bleef ik altijd een agent in hart en nieren en het liefst vertel ik allerlei verhalen uit m’n tijd in de binnenstad van Amsterdam, maar dan wijden we te veel uit.”
Op een schaal van één tot tien, wat voor cijfer zou u als voormalig woordvoerder uw relatie met journalisten geven?
“Ik vind die echt een tien waard. Of dat te positief is? Nee, ik in al die jaren heb ik heel prettig met journalisten samengewerkt. Misschien komt het ook wel omdat ik makkelijk contact maak en vrij amicaal ben. Ook keek ik altijd verder dan die ene vraag, want bijna altijd kom je elkaar weer tegen. Ik vond het belangrijk dat de relatie goed was.
Tegelijk wist de journalist bij mij altijd waar hij aan toe was, want ik ben heel duidelijk en ga uit van de feiten. Merkte ik dat mensen een loopje namen met mij of de waarheid, dan had je een kwade aan mij.”
Politiewoordvoerders kunnen niets zeggen over lopende zaken. Dat kan frustrerend zijn voor journalisten. Hoe ging u daarmee om?
“Ik heb heel vaak goede afspraken met journalisten kunnen maken, bijvoorbeeld als ze te ver voor de troepen uit liepen en de timing van hun verhaal een zaak zou schaden. In zulke gevallen verzocht ik hen te wachten tot een beter moment en beloofde ik dat ze dan een primeur zouden krijgen.”
Ging dit altijd goed?
“Verbazingwekkend vaak, al herinner ik me wel een live-uitzending van RTL Boulevard waar wijlen Peter R. de Vries iets vertelde over een Amsterdamse zaak. Zonder navraag te doen bij ons deelde hij uit een open bron volstrekte flauwekul op de nationale tv. Ik zat te kijken en stuurde hem meteen een bericht. ‘Peter, je zit er echt naast. Het zit zo en zo.’
Nu kun je veel van Peter vinden, maar hij was altijd goudeerlijk en dus corrigeerde hij z’n fout na de reclame direct. Zonder blikken of blozen zei hij dat de politie Amsterdam zat mee te kijken en dat hij z’n informatie wilde rectificeren. Ja, dat deed hij gewoon. Voor mij ben je dan een heel grote meneer.”
‘Zet mensen niet op een zwarte lijst of blijf niet hangen in boosheid’
Officieel bent u vanaf 28 september met pensioen en kunt u alleen nog maar ongevraagd advies geven vanaf de zijlijn. Wat zou u uw opvolgers willen meegeven?
“In die 22 jaar heb ik veel woordvoerders zien komen en gaan. Mijn belangrijkste advies is: wees altijd eerlijk en duidelijk. Dat vormt voor mij de basis van dit vak. Natuurlijk knalt het weleens, maak je een fout of word je uitgemaakt voor rotte vis, maar zorg dan dat je het altijd uitpraat met de betrokken journalist. Zet mensen niet op een zwarte lijst of blijf niet hangen in boosheid, want daar koop je niets voor.”
Welk advies zou u aan journalisten geven?
“Grappig genoeg heb ik met name beginnende journalisten van bijvoorbeeld AT5 heel vaak geholpen om scherpe vragen te stellen. Soms nemen ze veel te snel genoegen met onze antwoorden en dan laten ze het daarbij. Dat vind ik zonde en dan daagde ik ze uit om wat meer lef te tonen. Probeer het gewoon. En als wij er niets over kunnen zeggen, hoor je dat wel.
Ook gaf ik journalisten in opleiding altijd deze gouden regel mee: noem nooit de naam van een verdachte over wie je meer wilt weten. Zodra je dat bij een politiewoordvoerder doet, sluiten wij de luiken. Vraag niet naar de betrokkenheid van Pietje Puk bij een steekincident op de Dam; beperk het tot iets als: ‘Wat kunt u vertellen over het incident op de Dam vanmiddag?’.”
U had een prima journalist kunnen zijn!
“Waarschijnlijk wel en misschien komt dat omdat rechercheurs en journalisten op dezelfde manier naar de wereld kijken. Beiden gaan uit van feiten en proberen de waarheid recht te doen. Ik wil de waarheid aan het licht krijgen zodat er recht gedaan kan worden, en een journalist wil met zijn onderzoek een onthullend verhaal maken. Misschien had ik daarom zo’n goede verstandhouding met de ‘andere kant’, omdat we uit hetzelfde hout zijn gesneden.”
Bekijk hier het AT5-item over Robs afscheid op YouTube.
