Actueel

Nibud-woordvoerder Karin Radstaak: ‘Prima als je ons betuttelend vindt’

Zorg dat je overzicht hebt over je financiën. Die boodschap ventileerde Karin Radstaak privé al lang voordat ze bij het Nibud als woordvoerder aan de slag ging. “Misschien ben je pas echt goed in dit vak als je voor elk bedrijf kunt werken, al vind ik het lastig om een boodschap te verkondigen waar ik niet volledig achter sta.”

Je werkte jarenlang als journalist bij de radio en televisie. Waarom ben je overgestapt?
“Allereerst: dat vond ik destijds echt de leukste baan van de wereld. Natuurlijk was de ene klus leuker dan de andere, maar je spreekt als redacteur altijd mensen die je anders nooit zou spreken. Maar ik wil graag verschillende dingen kunnen en daarom stapte ik over naar de andere kant. Overstappen inderdaad, want voorlichting en journalistiek voelden als twee gescheiden kanten. Toch ben ik lang niet de enige journalist die dit gedaan heeft. Het mooie aan dit werk is dat ik nu kan bijdragen aan een missie die ik belangrijk vind.”

En wat is die missie?
“Een Nederland zonder geldproblemen. Persoonlijk ben ik een enorme pleitbezorger van financiële educatie op scholen. Als mensen jong leren hoe ze met geld moeten omgaan, loont dat later. Daarom ben ik ook blij dat we er bij het Nibud veel onderzoek naar doen. Dit is werk waar mijn hart sneller van gaat kloppen.”

Ben je een betere woordvoerder omdat je als journalist hebt gewerkt?
“Terugkijkend heb ik vroeger als journalist weleens gedacht dat het werk van een woordvoerder enkel bestaat uit het opnemen van de telefoon, en dat is natuurlijk niet waar. Wel dacht ik destijds dat ik het als woordvoerder anders zou doen en dat probeer ik nu dus ook. Bijvoorbeeld door altijd bereikbaar te zijn en een journalist terug te bellen. Oók om zes uur ’s morgens als de ochtendprogramma’s op de radio beginnen. Heb ik de dag ervoor een belangrijk persbericht rondgestuurd, dan móet ik de telefoon opnemen.”

Je wordt regelmatig als expert gevraagd in een live radio- of televisieprogramma. Ging er weleens iets fout?
“Echte grote rampen heb ik nog niet meegemaakt, maar natuurlijk heb ik weleens een interview dat niet lekker loopt. Dat je een vraag krijgt waar je niet over heb nagedacht – met hakkelen en stotteren als gevolg. Soms gaat het ook in de montage fout. Zo heb ik onlangs een interview opgenomen waarvan twee delen aan elkaar werden geknoopt. Dat vind ik irritant en kwalijk, omdat het niet meer klopt. Wat ik vervolgens doe? In eerste instantie weeg ik af hoe erg de situatie is en of ik er een punt van moet maken. Ik zoek sowieso contact met de redacteur voor feedback, want ze moeten weten dat ze het verhaal niet goed hebben gebracht. Tegelijkertijd is het belangrijk om elkaar te blijven vinden en elkaars werk goed te begrijpen.”

Wanneer krijgt het Nibud kritiek en wat doe jij daarmee als woordvoerder?
“Jaren geleden kregen we via Twitter veel commentaar op onze koopkrachtberekening. Volgens onze berekeningen gingen mensen erop vooruit, maar de consument ervoer dat alles duurder werd. Wij nodigden toen critici uit, zodat ze achter de schermen konden zien en horen hoe we ons werk doen. Zo’n goed gesprek loont. Ook horen we geregeld dat mensen het Nibud betuttelend vinden. Aan de ene kant adviseren we natuurlijk iedereen om inkomsten en uitgaven goed bij te houden. Aan de andere kant informeren wij ook professionals bij gemeenten en financiële dienstverlening hoe zij mensen met geldproblemen het beste kunnen helpen. Geldproblemen veroorzaken stress en daar komen weer andere problemen van. Wij willen dat dit verdwijnt en ja, prima als je ons dan betuttelend vindt.”

Heb je nog een geheime strategie die jij regelmatig als woordvoerder inzet?
“Er is wel iets, maar soms ben ik er echt te druk voor dus ik moet het niet al te hard van de daken schreeuwen: studenten van de opleiding journalistiek altijd te woord staan en meewerken aan hun opdrachten. Heel belangrijk, zodat ze kunnen oefenen. En ik beschouw het als een investering in de toekomst. Leren ze het Nibud nu al goed kennen, dan weten ze ons later in hun werk ook weer te vinden. Zo bouw ik nu al aan de relatie met toekomstige journalisten.”