Met zwangerschapsverlof of niet. Elianne Mastwijk vertelt graag over haar werk als woordvoerder bij Politie Eenheid Rotterdam. Over dat het soms lijkt alsof ze iets niet wil vertellen, maar dat het gewoon niet mag: “Dan stuit je op veel weerstand.”
Je eerste baan als woordvoerder was bij het OM. Waarom maakte je de stap naar de politie?
“Als woordvoerder van strafrechtelijke procedures ben je bezig met het sluitstuk van het proces. Ik kwam in aanraking met het werk van de politie in de periode dat het Team Grootschalige Opsporing (TGO) onderzoek deed naar de dood van Nicky Verstappen. Als OM kregen we de vraag bij de communicatie te ondersteunen en zo bij te dragen aan het opsporingsonderzoek. Ik vond het helpen bij de opsporing van een verdachte heel dynamisch, al realiseerde ik mij natuurlijk ook dat zo’n groot onderzoek niet de dagelijkse realiteit is.”
Hoe ziet een werkdag als woordvoerder bij de politie er dan wel uit?
“Beetje cliché, maar je weet het nooit van tevoren. In Rotterdam hebben we een groot team. Eén dag in de week draai je een dienst op de mediadesk. Dan beantwoord je vragen van journalisten. Van simpel: ‘Ik zie drie politieauto’s rijden, is er iets aan de hand?’, tot vragen van journalisten die zich vastgebeten hebben in een bepaald onderwerp. Op de andere dagen ondersteun je je eigen ‘district’, in mijn geval de Regionale Recherche Rotterdam. Daarnaast heb ik binnen de politie de opleiding tot hoofd communicatie gedaan. In die functie ben ik betrokken bij grootschalig en bijzonder optreden. Bijvoorbeeld als Feyenoord de bekerfinale speelt. Ook heb je als woordvoerder piketdiensten. Soms is het zo druk, dat ik collega’s moet oproepen en ontploft de groepsapp. Dan wil iedereen helpen, want bij de politie word je al snel een beroepsfanaat.”
Wat is jouw grootste uitdaging in het werk?
“Het juiste verhaal vertellen, dat iedereen begrijpt. Het komt regelmatig voor dat we iets niet mogen zeggen, omdat het de zaak in gevaar kan brengen. Dan stuit je op veel weerstand. Een voorbeeld: bij een flinke echtelijke ruzie wordt de vrouw in het ziekenhuis opgenomen. De buurvrouw weet dat er door het slachtoffer herhaaldelijk aangifte van huiselijk geweld is gedaan en vertelt dat aan een journalist. Vervolgens krijgen wij die vraag, maar we kunnen op dat moment niet altijd beamen dat het zo is. Dan krijg je van die ‘woordvoerdersantwoorden’: ‘Die geruchten horen wij ook, deel met ons informatie als je die hebt …’. Dat voelt als een lelijk verhaal. En: het is niet altijd waar wat er op straat gezegd wordt, maar voordat ik dat mag en kan ontkennen, zingt het al rond en krijg je het niet meer recht gepraat. Dan heeft de tijd ons ingehaald.”
Het nieuws kan je als woordvoerder ook inhalen door de social media …
“Absoluut. Het nieuws komt op straat, of wij het vertellen of niet. Regelmatig maken we daarom de keuze om zelf iets naar buiten te brengen. Omdat we vinden dat het verhaal onder de aandacht moet komen, maar ook omdat we niet altijd willen wachten tot iemand bij ons op de deur klopt met een vraag die we al zagen aankomen. Hierin hebben we een adviseursfunctie voor de collega’s op straat.”
Ervaar jij de relatie met journalisten als een stroef huwelijk?
Nee, want we hebben beiden een functie die we zo goed mogelijk willen uitvoeren. En natuurlijk loopt het soms stroef. Dan zijn er situaties waarbij we niets mogen of kunnen zeggen. Ik ben weleens geconfronteerd met de mededeling dat het nieuwsbericht over een kwartier gepubliceerd wordt. Balen, want in een kwartier kan ik niet iets uitzoeken. Dan ga ik het gesprek aan. Gelukkig gaat het vaak anders. Zo was ik afgelopen zomer bij het grote vrachtwagenongeluk in Nieuw-Beijerland. Op het moment dat de vrachtwagen werd weggetakeld, heb ik gevraagd of de journalisten dat niet live wilden uitzenden, want er bestond een kans dat de wagen zou vallen, bovenop de overleden mensen. Te heftig! Hier was begrip voor. Ook omdat ik in de uren daarvoor beschikbaar was en continu alle journalisten bijpraatte. Dan ervaar ik een goede samenwerking.”
Wat is jouw advies als woordvoerder aan journalisten?
“Zoek elkaar regelmatig én tijdig op. Niet alleen als je als journalist bezig bent met een verhaal, maar drink een keer koffie samen en verdiep je in elkaars situatie. Wij vinden het leuk als journalisten dat doen en andersom vinden wij het leuk als we zien hoe het er op de redactie aan toe gaat. Zo ontstaat er begrip.”
