Actueel

NWO-woordvoerder Poppy Savenije: “Als woordvoerder moet je jezelf zoveel mogelijk overbodig maken”

Woordvoerders.nl wil de woordvoerders, pr-adviseurs en persvoorlichters van Nederland beter leren kennen. Deze week spraken we met Poppy Savenije. Zij was de afgelopen vier jaar woordvoerder en communicatieadviseur bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de grootste wetenschapsfinancier van ons land. “Ik leer onderzoekers om zélf hun verhaal te vertellen.”

Kun je vertellen wat NWO precies doet? Veel mensen hebben daar waarschijnlijk nog geen duidelijk beeld van.

Dat klopt. Toen ik bij NWO ging werken, vroegen veel mensen me wat ik daar eigenlijk ging doen. Inmiddels is dat wel veranderd. Onze nieuwe voorzitter Marcel Levi heeft onze organisatie echt op de kaart gezet.

NWO is de belangrijkste Nederlandse wetenschapsfinancier. In wetenschapsland worden wij ook wel de tweede geldstroom genoemd. Dat is omdat de universiteiten ook geld van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen dat ze zelf aan wetenschappelijk onderzoek mogen uitgeven: de zogeheten eerste geldstroom. NWO zorgt ervoor dat geld voor wetenschappelijk onderzoek door middel van competities over onderzoeksvoorstellen wordt verdeeld. Daarmee dragen we bij aan innovatie en kwaliteitsborging in de wetenschap. En aan de onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek. Want bij door universiteiten gefinancierd onderzoek bestaat toch het risico dat er persoonlijke en strategische belangen meespelen. En dat kan er weer toe leiden dat bepaalde wetenschapsgebieden, zoals taalkunde of geesteswetenschappen, financieel in de verdrukking raken. We zorgen voor een gelijk speelveld, waarin elke onderzoeker en elk wetenschapsgebied dezelfde kansen heeft.

Hoe werkt zo’n competitie?

Wij noemen zo’n competitie een ‘call for proposals’. Het begint ermee dat we een call uitschrijven met bepaalde onderzoekscriteria. Op basis van die call dienen onderzoekers dan onderzoeksvoorstellen in. Die voorstellen worden vervolgens door onafhankelijke onderzoekers beoordeeld. En uiteindelijk krijgt het beste voorstel de financiering.

Op dit moment is er bijvoorbeeld een call in de maak voor een onderzoek naar instortende bruggen en kademuren. Dat is een specifieke call die inspeelt op een maatschappelijke behoefte. Maar we hebben ook calls voor vrij onderzoek. Daarbij kun je op basis van een eigen onderzoeksvoorstel geld krijgen. Op die manier krijgen onderzoekers ook de kans hun ideeën de vrije loop te laten, zonder dat ze gebonden zijn aan specifieke thema’s.

Hoeveel geld is hiermee op jaarbasis gemoeid?

NWO verdeelt jaarlijks bijna een miljard euro. Daarmee zijn we de grootste wetenschapsfinancier van het land. NWO is een zelfstandig bestuursorgaan en valt officieel onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar komt ook onze standaardfinanciering vandaan. Maar voor bepaalde onderzoeken krijgen we bijvoorbeeld ook geld van het ministerie van Economische Zaken. Of van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, zoals bij dat onderzoek naar bruggen en kademuren.

En hoe ben jij bij NWO terechtgekomen?

Ik werkte hiervoor bij communicatieafdeling van de bètafaculteit van de Universiteit Leiden, dus ik zat al in het academische veld. Op een gegeven moment zag ik toevallig dat ze bij NWO op zoek waren naar een communicatieadviseur mediabeleid. Vanuit die rol ben ik doorgegroeid tot woordvoerder. Wat me aantrok aan NWO was dat je hier het hele wetenschapsveld overziet en constant laveert tussen de politiek en de universiteiten. Dat complexe stakeholderveld sprak me erg aan.

NWO is primair een wetenschapsfinancier, maar we spelen ook een belangrijke rol in allerlei vraagstukken die spelen in de wetenschap. Bijvoorbeeld als het gaat om de zogeheten aanvraagdruk. Het indienen van een onderzoeksaanvraag kost onderzoekers tijd en moeite die anders in onderzoek gestoken had kunnen worden. Daarnaast hebben onderzoekers aan universiteiten vaak ook een onderwijsplicht, waardoor ze tijd te kort komen om hun onderzoek uit te voeren. Wij proberen daar iets aan te doen. Door te werken met vooraanmeldingen bijvoorbeeld, zodat onderzoekers niet direct een volledig uitgewerkt voorstel hoeven in te dienen. Wat ons ook bezighoudt is de academische vrijheid en hoe die steeds meer in het gedrang komt. Tegenwoordig is iedereen een zelfbenoemd expert en wetenschappers worden steeds vaker geïntimideerd en bedreigd. Wij denken mee over de vraag hoe je hen kunt beschermen, zonder dat ze onzichtbaar worden. Want zichtbaarheid is nodig omdat het nu eenmaal om publiek geld gaat: je wilt de samenleving laten zien waar wetenschap goed voor is.

Moet je in de academische wereld hebben gewerkt om jouw werk goed te kunnen doen?

Niet per se. Ik denk dat een goede woordvoerder zich elke materie eigen kan maken. Dat maakt het werk ook zo leuk: het is ontzettend dynamisch. Maar natuurlijk helpt het wel dat ik al bij een universiteit heb gewerkt. Ik heb daardoor van dichtbij gezien tegen welke problemen universiteiten en onderzoekers aanlopen.

En wat houdt jouw werk als woordvoerder voor NWO precies in?

Allereerst sta ik natuurlijk de media te woord. Dat kan over van alles gaan. Begin 2021 zijn we bijvoorbeeld gehackt met gijzelsoftware. We konden hierdoor wekenlang geen nieuwe voorstellen in behandeling nemen. En omdat we om principiële redenen niet op de eisen van de hackers zijn ingegaan, zijn er toen ook interne NWO-documenten gelekt. Daar kwamen veel vragen over vanuit de media. Onlangs was er ook veel te doen rondom een door China gefinancierd onderzoek naar gezichtsherkenning met behulp van kunstmatige intelligentie. Dat ligt gevoelig omdat China die technologie zou kunnen gebruiken om bepaalde bevolkingsgroepen, zoals de Oeigoeren, ‘in de gaten te houden’. Dat onderzoek zou mede zijn gefinancierd door NWO. Gelukkig bleek dat uiteindelijk niet het geval. NWO had deze onderzoeker in het verleden wel gefinancierd, maar voor een heel ander project. Maar dit leidde wel tot veel vragen.

Maar ik ben niet alleen reactief bezig. Mijn werk gaat ook over het actief naar buiten brengen van verhalen over de wetenschap die tot de verbeelding spreken. Zoals de ontdekking van een zwart gat. Of onderzoek naar het berekenen van de snelste ambulanceroute met kunstmatige intelligentie.

Verder ben ik verantwoordelijk voor de PR rondom de jaarlijkse uitreiking van de Spinoza- en Stevinpremies, de Nederlandse tegenhangers van de Nobelprijs. Ik verzorg onder andere mediatrainingen voor de laureaten, zodat ze zijn voorbereid op alle media-aandacht.

Op de website van NWO staat dat NWO zich ervoor inspant ‘om een breed publiek te informeren over het belang van wetenschap voor de samenleving’. Waarom is dat belangrijk?

Onze werkzaamheden zijn in de eerste plaats op de onderzoekers zelf gericht, de mensen die de voorstellen indienen en de financiering ontvangen. Maar omdat het geld dat we verdelen publiek geld is, moeten we ons ook publiek verantwoorden. Bovendien komen we geld tekort voor de wetenschap. In Nederland besteden we zo’n twee procent van ons bruto nationaal product aan wetenschappelijk onderzoek. In veel andere West-Europese landen en de VS is dat drie procent of meer. Als het om de kwaliteit van de wetenschap gaat, draait Nederland zeker mee in de top van de wereld. Maar als we ook aan de top willen blijven, is er meer geld nodig. Alle reden om actief naar buiten te brengen wat de meerwaarde van wetenschappelijk onderzoek is, om zo draagvlak te creëren. Dat is niet eenvoudig. Uit onderzoek dat we hiernaar hebben laten doen, blijkt dat het voor veel mensen heel abstract is wat wetenschappelijk onderzoek inhoudt.

Hoe zorgen jullie dan dat die mensen gaan begrijpen wat de meerwaarde van wetenschappelijk onderzoek is?

We hebben allereerst heel goed erover nagedacht wie we willen bereiken. Daarbij hebben we ervoor gekozen om ons te richten op mensen die op zijn minst al een latente interesse voor de wetenschap hebben, als startpunt. Op basis van het onderzoek dat ik net al noemde, hadden we namelijk al enig inzicht in de waarden en drijfveren van deze mensen. En met dat inzicht konden we de relevante kanalen bepalen waarop we deze mensen kunnen bereiken.

Onder de vlag van de Nationale Wetenschapsagenda organiseren we ook een publiekscampagne, om zo de wetenschap naar de mensen toe te brengen. Vanwege corona moest dit de laatste tijd vaak digitaal, maar we organiseren op 6 mei 2022 weer een fysieke editie van Expeditie NEXT. Dat is hét festival over wetenschap voor kinderen. Met allerlei activiteiten die met wetenschap te maken hebben, willen we kinderen en hun verzorgers in aanraking brengen met allerlei thema’s van deze tijd, zoals de klimaatcrisis, pandemieën en de digitale wereld. Als locatie hebben we dit jaar gekozen voor Franeker. Enerzijds omdat daar de eerste universiteit van Nederland stond, maar ook omdat we de mensen willen opzoeken in het land. Zo zorgen we dat ook mensen die niet in een universiteitsstad wonen in contact komen met de wetenschap.

Je noemde eerder zelf al jullie voorzitter Marcel Levi. Hoe belangrijk is het om als organisatie zo’n boegbeeld te hebben?

Voor de zichtbaarheid van onze organisatie is dat ontzettend belangrijk. Marcel schuift bijvoorbeeld eens per twee weken aan bij Jinek, waarbij hij telkens een andere wetenschapper mag meenemen. Marcel weet bij die mediaoptredens als geen ander een brug te slaan tussen de wetenschap en de realiteit van de burger.

Ben jij als woordvoerder ook bij deze mediaoptredens betrokken?

Marcel is hiervoor vanwege zijn zichtbaarheid benaderd, maar we hebben wel overlegd hoe we met deze mediaoptredens de wetenschap het beste kunnen dienen. Daarbij hebben we ervoor gekozen om de wetenschap in de volle breedte te laten zien. Zodat zowel jongere en startende onderzoekers aan het woord komen, als senior onderzoekers. Zowel wetenschappers uit de bètawetenschappen, als ook uit bijvoorbeeld de geesteswetenschappen. En zowel wetenschappers van universiteiten, als ook van hogescholen. Want behalve academisch onderzoek, financieren we ook praktijkgericht onderzoek.

Ik denk dat wanneer je als woordvoerder je vak verstaat, je jezelf zoveel mogelijk overbodig weet te maken. Ik help onderzoekers om hun verhaal scherp te krijgen en om met de dynamiek van de media om te gaan. Zodat zij uiteindelijk zelf hun verhaal kunnen vertellen. Alleen dan is het verhaal authentiek. En alleen dan komt de bevlogenheid echt over.