Actueel

TenneT-woordvoerder Eefje van Gorp: “De tijd dat je als bedrijf zelf bedacht wat goed is voor de burger, is gelukkig voorbij”

Om de woordvoerders, pr-adviseurs en persvoorlichters van Nederland beter te leren kennen, gaat Woordvoerders.nl graag met hen in gesprek. Deze week spreken we met Eefje van Gorp. Zij is woordvoerder bij TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet in Nederland en een groot deel van Duitsland. Terwijl ze in de ICE onderweg is naar haar collega-woordvoerders in Berlijn, vertelt ze ons over de uitdagingen waar ze in haar werk tegenaan loopt. En over het belang van goede woordvoering voor TenneT. “De schop gaat overal in Nederland de grond in. Om daarvoor draagvlak te creëren, moeten we mensen meenemen in wat we doen.”

Hoe ben je bij TenneT terechtgekomen?

Na mijn studies sociologie en communicatiewetenschap in Nijmegen heb ik verschillende communicatiefuncties gehad bij achtereenvolgens de Belastingdienst en het Kadaster. In 2011 begon ik als interim-communicatieadviseur bij TenneT. In eerste instantie om te helpen met het op touw zetten van de omgevingscommunicatie. TenneT begon toen namelijk net met de aanleg van allemaal hoogspanningsverbindingen en de meeste mensen willen liever geen hoogspanningsstation in de buurt. In 2017 vroeg TenneT me of ik als woordvoerder in vaste dienst wilde komen. Dat heb ik gedaan.

TenneT is een transmissienetbeheerder. Kun je uitleggen wat dat betekent?

TenneT zorgt ervoor dat de elektriciteit die energiecentrales opwekken, via hoogspanningsnetten wordt getransporteerd. In Nederland en een groot deel van Duitsland, op land en op zee. Daarvoor leggen we ook de nodige energie-infrastructuur aan. Dat betekent bijvoorbeeld dat we de windparken van Vattenfall op zee, via het elektriciteitsnet op zee, aansluiten op het elektriciteitsnet op land. En dat de elektriciteit die deze windparken opwekken via het hoogspanningsnet naar de randen van de dorpen en steden wordt gebracht. Vanaf daar transporteren de regionale netbeheerders, zoals Liander, Enexis en Stedin de elektriciteit tot aan de voordeur. En vanaf de voordeur is er dan weer die energieleverancier, zoals Vattenfall, waarmee je als particulier een energiecontract afsluit.

Zijn jullie in Nederland de enige partij die dat doen?

Ja, wij zijn de enige transmissienetbeheerder in Nederland. In Duitsland heb je er vier. TenneT is ook volledig in staatseigendom. Het hele bedrijf, dus inclusief de Duitse tak, is in handen van de Nederlandse staat. Onze enig aandeelhouder is het ministerie van Financiën. En ons beleidsdepartement is het ministerie van Klimaat en Energie.

Wat maakt goede woordvoering voor TenneT belangrijk?

Om de overstap naar groene energie te kunnen maken, is het nodig de investeringen in de energie-infrastructuur de komende jaren te verdubbelen. Dat betekent dat overal in Nederland de schop in de grond gaat. Voor het ingraven van nieuwe kabels, voor de aanleg van nieuwe hoogspanningsstations, en ga zo maar door. Omdat we letterlijk bij iedereen in de buurt komen en omdat de investeringen noodzakelijk zijn voor de energietransitie, is draagvlak ontzettend belangrijk. En om dat te creëren, is het essentieel dat we mensen vertellen over en meenemen in wat we doen.

Gelukkig heeft iedereen inmiddels ook wel door dat dit de weg is die we moeten gaan. Je merkt dat bijvoorbeeld in Wijk aan Zee. Daar zijn we een groot stopcontact op zee aan het aansluiten. En we bouwen er de grootste meterkast van Nederland: een transformatorstation van 23 voetbalvelden groot. De mensen daar zijn inmiddels blijer met deze enorme projecten in hun achtertuin. Die zorgen namelijk ervoor dat Tata Steel, dat ook in hun achtertuin staat, kan vergroenen. Met als gevolg dat ze van die grafietregens af zullen zijn.

Wat goede woordvoering ook belangrijk maakt is het feit dat er verschillende dringende maatschappelijke behoeften zijn, die elkaar soms in de weg zitten. Moeten we eerst de energie-infrastructuur aanleggen die nodig is om de industrie te verduurzamen? Of moeten we eerst die nieuwe woonwijk op het elektriciteitsnet aansluiten? Om erachter te komen waar de prioriteiten liggen, is het van belang de burgers en bestuurders actief op te zoeken.

Wat is de grootse uitdaging waar jij in je werk als woordvoerder voor TenneT tegenaan loopt?

De grootste uitdaging is om de organisatie te helpen om van buiten naar binnen te denken. Bij TenneT werken veel slimme mensen die hoog technisch zijn opgeleid. Zij zijn erg goed in wat ze doen, maar leven wel een beetje in hun eigen bubbel. En ze spreken hun eigen taal. Ik zie het als een uitdaging om hun verhaal te vertalen naar taal die ook niet-technici begrijpen.

Hoe doe je dat dan?

TenneT Nederland heeft twee woordvoerders, Jorrit de Jong en ik. Wij beleggen vanuit TenneT heel veel perssessies. Elk jaar in januari hebben we bijvoorbeeld een perssessie over het rapport Monitoring Leveringszekerheid dat we jaarlijks uitbrengen. In Nederland hebben we samen met twee andere Europese landen het beste elektriciteitsnetwerk ter wereld, met een leveringszekerheid van 99,9999 procent. Dat willen we graag zo houden. Maar het aandeel wind- en zonne-energie wordt steeds groter. En de zon en de wind kun je niet aan- en uitzeten zoals een olie- of kolencentrale. Het is daardoor een heel gepuzzel om ervoor te zorgen dat de leveringszekerheid zo hoog blijft als ‘ie nu is. Hoe we daar toch voor gaan zorgen, leggen we dus ieder jaar in zo’n rapport uit. We zorgen ervoor dat het een begrijpelijk rapport wordt. En we maken er ook een mooie en heldere PowerPointpresentatie bij. Op basis daarvan praten we dan eerst de pers bij. En daarna ook de bestuurders, op landelijk, provinciaal en lokaal niveau.

Is jullie tone of voice daarbij richting de pers anders dan richting bestuurders?

Ja. Voor journalisten wordt energie een steeds belangrijker onderwerp. De energiejournalisten van de grote dagbladen zijn ontzettend goed ingevoerd en stellen dus ook goede vragen, waar je goed over na moet denken. Dat helpt ook echt in ons eigen gedachteproces. Ministeries, provincies en lagere overheden moet je vaak toch iets meer bij de hand nemen. Dat is ook niet gek, want het is soms best ingewikkeld wat we doen. Overigens willen wij als woordvoerders eigenlijk het liefst dat onze specialisten zelf hun verhaal aan de pers en de bestuurders vertellen. Er lopen hier knappe koppen rond die bijvoorbeeld nadenken over de energiesystemen in 2050 en hoe waterstof daarin een rol vervult. Dat is waardevolle en boeiende informatie die gedeeld moet worden met de buitenwereld. En wie kunnen dat beter doen dan de specialisten zelf? Wij trainen hen er daarom in om dat te doen. Je bent dus als woordvoerder lang niet altijd zelf aan het woord. Je faciliteert vooral ook anderen om het woord te doen.

Je vertelde dat de communicatie van binnen naar buiten een uitdaging is. Hoe zit het met de communicatie van buiten naar binnen?

Die is minstens zo belangrijk. Je móet als organisatie oog hebben voor wat er buiten speelt. Neem weer Wijk aan Zee. Daar is veel ongenoegen rondom Tata Steel. Daar moet je je als bedrijf bewust van zijn voordat je er zelf naartoe gaat om mensen mee te nemen in je eigen projecten. We trainen onze mensen daarom in hoe ze moeten praten met mensen die bijvoorbeeld bang zijn voor elektromagnetische velden. Of met mensen die boos zijn, in de weerstand zitten of onbeantwoorde vragen hebben. En we hebben tegenwoordig strategisch omgevingsmanagers en mensen die aan projectcommunicatie doen, waarmee we als woordvoerders continu samenwerken. Toen ik net bij TenneT binnenkwam, bedachten we als bedrijf eigenlijk zelf waar een hoogspanningsleiding moest komen. Dus zonder te luisteren naar wat de buitenwereld daarover te zeggen had. Dat is nu ondenkbaar. Participatie, stakeholdermanagement en omgevingscommunicatie zijn standaard onderdeel geworden van elk project. En dat is maar goed ook. De tijd dat je als bedrijf zelf bedacht wat goed is voor de burger, is gelukkig voorbij.

Je zit nu in de trein naar Berlijn, wat ga je daar doen?

TenneT Duitsland heeft ook drie woordvoerders. Een paar keer per jaar zoeken we elkaar op om onze kernboodschappen goed op elkaar af te stemmen. En om te kijken hoe we voor projecten die zowel in Nederland als in Duitsland lopen, zoals wind op zee, gezamenlijk meer draagvlak kunnen creëren. Want we zijn natuurlijk wel één TenneT. Verder zullen we het nu ook gaan hebben over de effecten van de recente regeringswisselingen in Nederland en Duitsland. De klimaatambities zijn door de coalities in beide landen enorm opgeschroefd. Dat betekent dat de capaciteit van wind op zee in Nederland en Duitsland de komende jaren moet verdubbelen. Maar daar zijn onze hoogspanningsnetten nog helemaal niet klaar voor. En om die te kunnen verzwaren zijn vergunningen van gemeenten en provincies nodig. In Nederland zijn we soms acht jaar bezig om de vergunning voor een hoogspanningsverbinding te krijgen, terwijl de aanleg van die verbinding maar twee jaar duurt. In Duitsland is dat niet heel anders. Dat móet sneller dus dat wordt nog heel ingewikkeld.